Adrian Newey noemt de start van het Honda-tijdperk bij Aston Martin “rampzalig”, maar ziet de pijnlijke periode als katalysator voor een hechtere samenwerking met de Japanse motorbouwer.
Aston Martin en Honda begonnen hun gezamenlijke F1-avontuur in 2026 met een motor die onbetrouwbaar was, te weinig vermogen leverde en kampte met een trillingsprobleem dat de coureurs fysiek dwarszat. Het B-spec chassis dat in Hongarije debuteerde bracht de eerste tekenen van verbetering. Fernando Alonso bereikte er voor het eerst dit seizoen Q2, terwijl Lance Stroll als dertiende eindigde.
Een crisis die werkte
“Ik denk wat echt is gevorderd is eigenlijk het woord dat je net gebruikte: relatie,” aldus Newey in Hongarije. “Uit wat alleen een rampzalige start genoemd kan worden, is het positieve — want je zoekt altijd naar positieven — dat het Honda en onszelf heel dicht bij elkaar heeft gebracht in een hechte werkrelatie.”
Newey benadrukt dat de samenwerking op alle gebieden ontwikkelt. De komst van een vernieuwde Honda-motor bij de Grand Prix van Nederland na de zomerstop moet het team een extra duw geven. De nieuwe krachtbron dook al op tijdens een filmdag op de Hungaroring en zou zo’n 30 extra paardenkrachten moeten opleveren.
Geen mirakel, wel vooruitgang
“De technische evolutie van de auto die we hier brachten, plus de updates voor Zandvoort en Baku, dat zijn sterke stappen,” vervolgde Newey. “We spelen duidelijk een grote inhaalrace. Gaat het ons de snelste auto opleveren? Helaas niet. Maar is het een goede stap voorwaarts vanuit waar we stonden? Ja, dat geloof ik zeker.”
Aston Martin zit diep in het veld met slechts een handvol punten na elf races. De B-spec auto was het eerste tastbare bewijs dat de samenwerking met Honda in de goede richting beweegt, al zal het tot ver in 2027 duren voordat het team aansluit bij de top.