Max Verstappen heeft de FIA opgeroepen om de geplande 2027-motorregels verder aan te scherpen. De Red Bull-coureur, die net terugkeerde van de Nürburgring 24-uur, noemde de huidige F1-power units “anti-racen” en eiste dat de verhouding tussen verbrandingsmotor en batterij minimaal 60-40 wordt.
Van GT-euforie naar F1-frustratie
Verstappen reed vorig weekend de Nürburgring 24-uur in een GT-auto en kwam daar vervolgens terug in de F1-wereld. Het contrast was pijnlijk duidelijk. “Ik weet hoe puur andere motorsporten kunnen voelen,” zei hij. “Als je dan hier terugkomt, is het gewoon niet erg leuk. Kwalificeren is anti-racen, anti-rijden.”
Hij prees de F1-achtigheid van GT-racen: “Puurdere inhaalacties, puurder racen, gewoon natuurlijk autorijden.” De boodschap was helder: de huidige generatie power units produceert niet het soort racen dat coureurs bevredigt.
60-40 als minimum
De FIA heeft al aangekondigd dat de 2027-regels de verhouding verschuiven naar 60% verbrandingsmotor en 40% batterij. Verstappen noemde dit “het minimum dat ze moeten proberen te halen voor volgend jaar.” Zonder die verschuiving vreest hij dat de kwaliteitskloof tussen F1 en andere raceklassen alleen maar groter wordt.
Toch podium in Canada
Ondanks zijn kritiek eindigde Verstappen als derde in Montreal — zijn beste resultaat van het seizoen. Hij startte als zesde en profiteerde van de uitval van George Russell. “Op de softs waren we wat competitiever,” analyseerde hij. “Op de mediums kon ik gewoon geen bandentemperatuur genereren. Ze grepen niet, zaten niet in het venster.”
Het podium eindigt een moeizaam seizoen voor Red Bull, maar de boodschap van Verstappen is eerder politiek dan sportief: zonder fundamentele veranderingen aan de power units ziet hij zijn toekomst in F1 steeds somberder worden.