Op 8 oktober 2024 maakte de Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen bekend dat de Nobelprijs voor Natuurkunde dat jaar zou gaan naar twee mannen die tientallen jaren hadden gewerkt aan de wetenschappelijke fundamenten van kunstmatige intelligentie: John Hopfield en Geoffrey Hinton.
Het was een historisch moment. Nooit eerder had de meest prestigeüeuze wetenschappelijke onderscheiding ter wereld expliciet een AI-onderzoeker gehonoreerd. En het bevestigde iets dat de wereld al begon te beseffen: neurale netwerken zijn niet meer weg te denken.
John Hopfield: het brein als energiesysteem
John Hopfield (91 jaar bij de uitreiking) ontwikkelde in 1982 het Hopfield-netwerk — een neuraal netwerk geïnspireerd op statistisch-mechanische modellen in de fysica. Het netwerk kon informatie opslaan en ophalen als een geheugen, zelfs als de input vervormd of gedeeltelijk ontbrak. Dit was de eerste formele beschrijving van hoe een neuraal netwerk als associatief geheugen kon werken.
Geoffrey Hinton: de vader van deep learning
Geoffrey Hinton (76 jaar) is de man die decennialang in neurale netwerken bleef geloven toen de rest van de wereld was overgestapt op andere methoden. Hij werkte de backpropagation-algoritme verder uit (de techniek waarmee neurale netwerken leren van fouten), ontwikkelde Boltzmann Machines, en was de promotor van het AlexNet-team dat in 2012 deep learning definitief op de kaart zette.
In 2023 verliet Hinton Google om vrijuit te kunnen spreken over de risico’s van AI. Hij verklaarde dat hij spijt had van zijn levenswerk — niet omdat het onbelangrijk was, maar omdat hij bang was voor de gevolgen van wat hij had helpen bouwen. “Ik troost mezelf met de redenering dat als ik het niet had gedaan, iemand anders het had gedaan.”
Wat de Nobelprijs betekende
De toekenning aan twee computerwetenschappers voor de Fysicaprijs — niet Informatica, die geen Nobelprijs heeft — stuurde een duidelijk signaal: de fundamenten van AI zijn vervlochten met de fundamenten van de natuur- en wiskundige wetenschappen. En dat AI-onderzoek inmiddels de wetenschappelijke erkenning verdient die het verdient.
Geoffrey Hinton reageerde bescheiden bij het ontvangen van het nieuws. Hij was op vakantie en kon het telefoongesprek met Stockholm aanvankelijk niet goed horen. Later die dag zei hij: “Ik ben vóór AGI. Maar ik ben ook bang ervoor.”