2021 was het jaar dat AI ophield een academisch concept te zijn en iets werd dat mensen gebruikten. Twee producten maakten dat zichtbaar: DALL-E van OpenAI en GitHub Copilot van GitHub (met Microsoft en OpenAI).

DALL-E: tekst naar beeld

In januari 2021 presenteerde OpenAI DALL-E (een combinatie van de schilder Dallí en de Pixar-robot Wall-E). Het model kon willekeurige tekst omzetten in afbeeldingen. “Een avocado in de stijl van Vermeer.” “Een astronaut die paardrijdt op Mars.” De resultaten waren verbluffend — en soms hilarisch onjuist.

DALL-E was niet vrij beschikbaar — OpenAI controleerde de toegang. Maar het bewees een principe: taalmodellen konden worden geëxtendeerd naar andere modaliteiten. In 2022 volgde DALL-E 2 met een enorme kwaliteitssprong, en in 2023 DALL-E 3 (geïntegreerd in ChatGPT).

GitHub Copilot: AI als programmeerpartner

In juni 2021 lanceerde GitHub Copilot als technische preview. Het was gebaseerd op Codex — een versie van GPT-3 fijn afgestemd op code. Je begon te typen in je editor, en Copilot vulde de rest aan: functies, loops, tests, documentatie.

Programmeurs reageerden verdeeld. Sommigen waren enthousiast: Copilot was een krachtige assistent die tijd bespaarde. Anderen waren sceptisch of bezorgd over kwaliteit en auteursrechtelijke vragen (Copilot was getraind op openbare code van GitHub, inclusief code met auteursrecht).

Maar de echte impact was onmiskenbaar: voor het eerst konden programmeurs in gewone taal beschrijven wat ze wilden en code terugkrijgen die daadwerkelijk werkte. In 2023 gebruikten meer dan een miljoen ontwikkelaars Copilot actief.

Het begin van AI als werktool

DALL-E en Copilot luidden een nieuw tijdperk in: AI als dagelijks werkinstrument, niet als laboratoriumcuriositeit. Kunstenaars, ontwerpers, schrijvers en programmeurs begonnen AI te gebruiken — en de gesprekken over wat dat betekende voor hun beroepen begonnen. Die gesprekken zijn vandaag nog steeds gaande.