Lando Norris en Max Verstappen hebben na de Japanse Grand Prix opnieuw scherpe kritiek geuit op de manier waarop de nieuwe 2026-regelgeving het racen beïnvloedt. Beide kampioenen stellen dat rijders te weinig controle hebben over hun eigen energiebeheer, waardoor inhaalacties onvoorspelbaar worden.
Norris legde het probleem helder uit: wanneer een rijder inhaalstand activeert binnen één seconde van de auto voor hem, wordt automatisch extra vermogen ingezet uit de batterij. Zodra die batterij leeg is, vertraagt de auto merkbaar — waarna de achtervolger, die nog wél energie heeft, moeiteloos terugslaat. Norris beschreef dit als ‘jo-jo-racen’ en stelde dat dat niet de bedoeling van de sport zou moeten zijn.
Verstappen sloot zich aan bij die analyse. Op het circuit van Suzuka, waar rechte stukken worden afgewisseld met snelle bochten, is er nauwelijks ruimte om de batterij tijdig op te laden na een inhaalpoging. Daardoor wordt een aanval op tegenstanders in veel situaties puur tactisch onverstandig. Zowel Norris als Verstappen dringen aan op aanpassingen aan het reglement, iets waarover de FIA en F1 op 9 april al een speciale vergadering houden met technische directeuren en motorleveranciers.