McLaren CEO Zak Brown onthult wanneer het Britse team zelf F1-motoren zou gaan produceren. De voorwaarden zijn helder: het moet commercieel logisch zijn én technisch haalbaar. Tot die tijd blijft het team een klant van Mercedes-power units.
Het plan
Brown stelde in een exclusief interview dat McLaren “actief onderzoekt” of eigen motorproductie de moeite waard is. Het team, momenteel een Mercedes-klant, zou tegen 2031 — als de nieuwe V8-regelgeving van kracht wordt — zelf een power unit kunnen ontwikkelen. “We willen niet zomaar een motor bouwen om het bouwen,” zei Brown. “Het moet ons een competitief voordeel opleveren.”
Waarom nu?
De mogelijke terugkeer naar V8-motoren maakt de drempel voor nieuwe fabrikanten lager. Waar de huidige V6-hybrides miljarden aan ontwikkeling vereisen, zijn V8-motoren aanzienlijk simpeler en goedkoper te produceren. Dat opent de deur voor teams zoals McLaren die hun afhankelijkheid van een externe motorenleverancier willen verminderen.
Mercedes-relatie blijft sterk
McLaren racet sinds 2021 weer met Mercedes-motoren en de samenwerking is succesvol: Lando Norris en Oscar Piastri wonnen races in 2025 en 2026. Brown benadrukt dat de relatie met Mercedes “uitstekend” blijft zolang McLaren klant is. Maar de F1 verschuift richting een tijdperk waarin fabrieksteams elk voordeel nodig hebben — en een eigen power unit kan het verschil maken tussen titelkandidaat en bijna-kampioen.
Concurrentiebeeld
Red Bull Powertrains bouwt al eigen motoren, Ferrari en Mercedes hebben uiteraard eigen programma’s. Audi (vanaf 2026) treedt toe met een zelfontwikkelde power unit. Als McLaren buiten de boot valt, riskeert het team op termijn een technisch achterstand van seconden per ronde — precies wat Brown wil voorkomen.