Charles Hoskinson, oprichter van Cardano en de privacychain Midnight, waarschuwt wetenschappers en ondernemers dat ze hun eigen werk kwijt kunnen raken zodra ze het aan AI-platforms voeren. De aanleiding is de aankondiging van OpenAI dat het de Navier-Stokes Millennium Prize oploste met een groep AI-agents, precies waar de wiskundige Jay Cummings al een jaar zelf aan werkte en erover teleurgesteld was.
Ideeën opgeven aan een centraal platform
De kern van zijn betoog is dat het voeren van een idee aan een AI-systeem betekent dat je dat idee feitelijk opgeeft aan het systeem. De gedachte kan geabsorbeerd worden door een gecentraliseerd platform, zonder erkenning of vergoeding. Tegelijk hebben AI-bedrijven zoals OpenAI toegang tot elke interactie met hun platform, waardoor het werk in theorie door een derde kan worden opgeëist, aldus Hoskinson.
Midnight als antwoord: een privé-omgeving voor AI
Midnight, de op privacy gerichte partnerchain van Cardano, positioneert hij als het praktische antwoord op dit dilemma. Door zero-knowledge-bewijzen te combineren met een selectief data-disclosure-mechanisme ontstaan privé-omgevingen waarin AI draait, zo stelt hij. De mens behoudt de controle over eigen logs en interacties, en haalt de meerwaarde van het redeneren zonder de nadelen van gedeelde data. Dit is precies het punt waar een privacychain zich onderscheidt van een open AI-stack.
Wat nu?
Voor onderzoekers die AI in hun werk steken wordt de vraag wie eigenaar is van hetgeen ze invoeren steeds harder. De privacychain van Cardano wil daar een technisch antwoord op geven, maar of een zero-knowledge-omgeving in de praktijk al schaalbaar is voor alledaagse wetenschap blijft open. Wat er zeker is: de grens tussen open innovatie en gesloten AI-bedrijven verschuift, en de keuze om je werk al dan niet aan een platform te geven wordt een bewuste afweging.