Aston Martin bracht in Hongarije het eerste deel van een grootschalig upgrade-pakket naar de baan. Na een seizoen waarin het team zes seconden langzamer was dan pole-position en zelfs Cadillac achter zich moest dulden, leverde de B-spec-auto een sprong naar voren in het midfield.

Lang verwacht, hoge druk

Het 2026-seizoen was tot aan Hongarije een teleurstelling voor Aston Martin. Ondanks zware investeringen in faciliteiten en personeel, waaronder de komst van ontwerper Adrian Newey van Red Bull, stond het team het hele jaar achteraan. Het bewust uitstellen van upgrades tot een compleet pakket klaar was, kostte punten en geloofwaardigheid. Bij Silverstone en Spa-Francorchamps liep het team zes seconden achter pole en was het langzamer dan Cadillac.

De druk op dit upgrade-pakket was enorm. Binnen het team circuleerde het idee dat er consequenties zouden zijn als de nieuwe onderdelen niet leverden.

Hongarije als keerpunt

Fernando Alonso reed op zondag een solide race en haalde punten binnen. De auto leek ineens competitief in het midfield, een gebied dat het hele seizoen buiten bereik was. De B-spec bestaat uit zestien nieuwe onderdelen, inclusief een nieuwe ophanging en aerodynamica. Het is het resultaat van Newey’s eerste concrete invloed op de auto.

Wat nu?

Aston Martin spreekt over “phase one” van het upgrade-traject. Dat impliceert dat er meer komt. Met de zomerstop in zicht heeft het team tijd om data te analyseren en het pakket verder te verfijnen. De vraag is of de sprong groot genoeg is om het gat met de top vier te dichten, of dat Aston Martin moet accepteren dat de middelmoot het realistische plafond is voor 2026.