Tool use in AI verwijst naar het vermogen van een model om externe tools of functies aan te roepen om taken op te lossen. In plaats van alles zelf te doen, kan een AI-model bepalen wanneer een tool nodig is, wat tool te gebruiken, en hoe deze in te voeren.
Voorbeelden van tools die AI-modellen kunnen gebruiken omvatten:
1. Rekenmachines en wiskundige engines
2. Search engines of database queries
3. Browsers om webpagina’s op te halen
4. Code-executors om Python code te runnen
5. APIs voor real-time informatie
Tool use wordt geactiveerd door technieken als function calling in API’s. Een model geeft een gestructureerde output (bijv. JSON) die aangeeft welke tool moet worden gebruikt, de parameters, en wat ermee moet gebeuren. De gebruiker voert dit uit en geeft het resultaat terug aan het model.