De huurprijs voor NVIDIA H100 GPU’s is in enkele weken met veertig procent gestegen, terwijl AWS zijn prijzen voor NVIDIA-compute-instanties met twintig procent verhoogt. De twee stijgingen raken verschillende lagen van de AI-infrastructuurmarkt maar wijzen op dezelfde onderliggende dynamiek: de vraag naar rekenkracht voor AI overtreft het aanbod ruimschoots.
De H100 is nog altijd het werkpaard voor inference en training bij veel bedrijven, ondanks de komst van nieuwere architecturen. De prijsstijging op de huurmarkt treft vooral startups en onderzoeksgroepen die eigen hardware niet kunnen financieren. AWS verhoogt zijn tarieven voor NVIDIA-instanties naar eigen zeggen door hogere upstream-kosten en aanhoudende vraag uit het enterprise-segment. Het effect: AI-ontwikkeling wordt duurder op precies het moment dat meer bedrijven afhankelijk worden van GPU-rekenkracht.
De stijging valt samen met bredere spanningen in de AI-chipmarkt. OpenAI bouwt eigen chips om de afhankelijkheid van NVIDIA te verminderen, en ook andere techgiganten zoeken naar alternatieven. Zolang NVIDIA echter de dominante leverancier blijft, bepalen GPU-prijzen in grote mate de kostprijs van AI-toepassingen. Voor bedrijven die AI schalen, is de rekening nu voelbaar groter dan een kwartaal geleden.