Het DRS-tijdperk is voorbij en F1’s nieuwe Overtake Mode laat meteen van zich spreken. Volgens Mercedes’ trackside chef Andrew Shovlin zorgt de vervanger van het vertrouwde klepje voor een onverwacht fenomeen: coureurs die “vastlopen” in onderlinge gevechten.
Hoe Overtake Mode werkt
Waar DRS een achtervleugel opende, werkt Overtake Mode op basis van nabijheid. Binnen één seconde van de auto voor je — inclusief een ronde ouder — mag je meer energie oogsten en dus meer vermogen inzetten. Dat klinkt simpel, maar de impact op de race-dynamiek is ingrijpender dan verwacht.
Canada als bewijs
Shovlin zag het gebeuren in Montreal: de Mercedes-coureurs wisselden posities in de openingsfase, waarna ze “vastliepen” in een gevecht. Niet omdat ze gelijk snel waren, maar omdat de achterligger steeds die extra energie kreeg. “De auto’s raken een beetje met elkaar vergrendeld,” aldus Shovlin. “Het is heel moeilijk voor de leider om weg te rijden.”
Het effect was ook zichtbaar aan het einde van de race: Lewis Hamilton passeerde Max Verstappen, maar kon niet uit de één-seconde zone ontsnappen — waardoor Verstappen steeds opnieuw Overtake Mode kon inzetten. Kimi Antonelli gebruikte zelfs Norris’ gepasseerde McLaren om de boost te activeren.
Wat nu?
De Overtake Mode levert slechts zo’n 0,1 tot 0,15 seconde per ronde op, aldus Shovlin. Genoeg om het spannend te houden, niet genoeg om weg te vliegen. Of dat “yo-yo racen” oplevert of juist kunstmatige inhaalacties is de grote vraag. Met de Monaco GP dit weekend — een circuit waar inhalen van oudsher onmogelijk is — krijgt de nieuwe regel nauwelijks kans om te shinen.