In 2025 werd op meerdere onafhankelijke benchmarks aangetoond dat de beste AI-modellen de meerderheid van menselijke programmeurs overtroffen op gestandaardiseerde coderingstaken. Dat klinkt technisch. De implicaties zijn dat niet.
De benchmarks
SWE-bench — een standaard voor het oplossen van echte GitHub-bugs in open-source projecten — toonde dat Claude 3.7 Sonnet, GPT-4o en vergelijkbare modellen in 2025 meer dan 50% van de taken correct afhandelden. Een jaar eerder was dat onder de 20%. De verbetering was verbluffend snel.
Codeforces — een platform voor competitief programmeren dat door topuniversiteiten wordt gebruikt — toonde aan dat o3 van OpenAI scoorde op het niveau van kandidaat-master, ruim boven de gemiddelde professionele programmeur.
Wat “beter dan mensen” werkelijk betekent
Het is belangrijk te nuanceren: “beter dan de meerderheid” betekent niet “beter dan de besten”. AI-modellen faalden nog steeds op open-ended, creatieve architecturale beslissingen, systeem-niveau ontwerp en taken die diepe kennis van specifieke bedrijfsdomeinen vereisten.
Maar junior en medior programmeurs die standaard taken uitvoerden — bugs fixen, code documenteren, tests schrijven, API-integraties bouwen — werden effectief geconcurreerd door AI-systemen die hetzelfde sneller, goedkoper en zonder klagen deden.
De arbeidsmarktreactie
Grote techbedrijven — waaronder Google, Meta en Amazon — begonnen in 2024-2025 minder junior developers aan te nemen. Vacatures voor entry-level engineering-functies daalden zichtbaar. Sommige bedrijven kondigden aan dat AI hun ontwikkelsnelheid verdubbeld had met minder mensen.
Voor seniors was het ander verhaal: zij werden productiever, niet overbodig. Een goede senior ontwikkelaar met AI-tools produceerde de output van een heel junior team.
Dit patroon — AI als versterker voor experts, als vervanger voor beginners — zou in de komende jaren in meer beroepssectoren zichtbaar worden.